Ironman Klagenfurt (28.6)

Persoonlijk verslag van Lieven Peelman
28 graden onder de parasol, gezeten aan de boord van de Wörthersee in Klagenfurt, samen met mijn vrouwtje, achter een “Weissenbier”. Het had de scene kunnen geweest zijn uit een gewoon vakantieverblijfje, maar ditmaal voelde het gans anders aan. We hadden net breefing gehad voor de Ironman die ‘s anderendaags zou plaats hebben, en het was alsof iedere vezel in mijn lichaam gespannen stond, en ik inwendig al middenin de triathlon zat.
 
De rugzak met het IRONMAN logo stond naast mij: “Anything is possible” stond er geschreven. Misschien wel, hoopte ik – allicht zit het toch wel vooral tussen de oren.
 
Hoe was ik in ‘s hemelsnaam in deze situatie gekomen ? Wegdromend dacht ik aan het begin van mijn fanatiek lopen in juni 2010, hoe ik mijn eerste marathon had gedaan in september 2011. Hierna was ik te hevig doorgegaan, had de signalen in mijn lichaam genegeerd, en had – gelukkig de enigste keer gekwetst – een zware scheenbeenvliesontsteking opgelopen.
Gek werd ik , van de immobiliteit , en ten einde raad ging ik dan maar zwemmen. Al spoedig kreeg ik ook hier de smaak van te pakken, en schreven ik en mijn vrouwtje ons in voor systematisch crawl-zwemtrainingen.
 
Twee jaar en 8 marathons later, bleek de kick bij de aankomst  van een wedstrijd al veel minder te zijn, dan bij de eerste marathon.  Allicht zou die heviger zijn bij een triathlon ?
 
Eens voorzichtig geproefd: een kwartje triathlon in Hamme, drie weken later een halve in Brugge.  Het lag mij wel – vooral het feit dat lopen op het laatst komt, wanneer ik mij in een relatief slechte groep bevind. Op dat ogenblik vond ik het geweldig om nog een groot aantal deelnemers te kunnen voorsteken.
 
Ik tuurde naar de bootjes op de Wörthersee. Hoe anders zou het aanvoelen hierin te zwemmen: het water was kristalhelder ! Niet zoals in de oude Durme, waar het smaakte naar rioolwater….Hier zag men de visjes zwemmen, en het zou zelfs drinkbaar zijn !
 
De startindeling was reeds bekend, en ik was blij in de laatste groep te mogen vertrekken…. Niemand zou dus over mij zwemmen als ik niet snel genoeg vorderde.
Anders dan andere jaren werd er nu in waves gestart, vijf groepen om de 8 minuten, opdat we niet met 3000 tegelijk in het water zouden moeten springen.
 
De sfeer hier en de ganse Ironman organisatie was opperbest. Toen ik een jaar geleden per toeval op de website  de life video beelden van de wedstrijd in Klagenfurt had gezien, was ik onmiddellijk in de wolken : hoe de deelnemers uitgeput toekwamen ‘s avonds onder het oorverdovend applaus van het Oostenrijks publiek, met het vrolijke pomponnetjes gedans van de cheer girls, en de opzwiepende stem van de presentator:
“you really are an ironman now !!”.
 
‘s Anderendaags om 7.20 u was het zover: nog een laatste nerveuze kus aan mijn vrouwtje, en ik vervoegde het rijtje van de laatsten van de “age group” met de zwarte badmutsen. 
Die nacht had ik geprobeerd om met een soort van zelfmeditatie mijn zenuwen de baas te houden, en het was blijkbaar gelukt  ; in tegenstelling tot wat iedereen zegt dat je de nacht voor de wedstrijd geen oog dicht toe, had ik prima geslapen.
 
Al snel voelde ik dat het zwemmen – waar ik het meest bang van was – nogal zou meevallen. Alleen voor krampen, en  later bij het fietsen voor materiaalpech , had ik doodse schrik.
 
Als een van de laatst gestarte,  haalde ik geleidelijk echter  meer en meer zwemmers in, tot  ik – in het laatste stuk – al heel veel anderskleurige  badmutsjes tegenkwam: de dames die voor ons waren vertrokken, hadden roze badmutsjes, en de traagsten onder hen werden massaal voorbijgestoken.
 
Bijna op het laatste voelde ik een vage kramp opkomen in een klein teentje – een symptoom dat ik maar al te goed kende, want dit kon snel overgaan naar de ganse voet en het onderbeen. Mezelf overtuigd om de benen stil te houden, en een tikkeltje rustiger te zwemmen, ook wat frekwenter te ademen. Dank zij de moderne wet-suit met zijn merkwaardig drijfvermogen  werkte dit prima, en kon ik kort daarna het water verlaten, geholpen door de buddies van Ironman, die ons uit de Wörthersee trokken.
 
Toegejuicht door de talrijk aanwezige supporters, moesten we eerst al lopend een paar honderd meter afleggen. Ik was al getraind onderweg mijn wetsuit te beginnen uittrekken, maar dit ging nu al even tè snel. Hurry hurry naar de wisselzone, fietsattributen vastgenomen, fietsje van de haak en weer verder, een tijdsverlies van 8 minuten.
 
Onder een brandende zon ging het tijdrijden bergop bergaf: mijn speciale triathlonpakje met ontblote schouders had ik nog zelden aangedaan tijdens de training, en mijn rug bleek naderhand extreem verbrand. Nijdige hellingen tot 11 % tijdens een tocht van twee rondes van 90 km : op het laatste zakte mijn snelheid bij het klimmen tot 8 km/uur !
 
Halverwege de koers brulde een jong meisje iets naar mij in het Duits, op een uitzinnige manier: “Marino, du bist de best” of zoiets. Toen ik mij nog aan het afvragen was, wat ze bedoelde zag ik eensklaps het nummer 1 mij voorbijsteken. Het was Marino Van Hoenacker,  onze illustere landgenoot, die ‘en danseuse” rechtop zijn trappers met zichtbaar gemak de helling beklom. Hij werd gevolgd door een motor met televisiecamera, ver afgescheiden reeds van het nummer twee van de wedstrijd,  en op weg naar zijn zevende lokale zege, zoals later zou blijken.
 
Na de zwaarste hellingen, bovenaan een bergje kwam ik een koppeltje Vlamingen tegen, die uitzinnig van vreugde mij aanmoedigden:  ‘hierna gaat het bergaf tot in Klagenfurt !’  
Wat zeggen ze, het einde van eerste ronde was nog wel 25 km ? Maar spoedig bleek dat ze inderdaad gelijk hadden, amper nog enkele lichte hellingen, en voor de rest full speed richting Klagenfurt, zalig gevoel, zeker de tweede ronde.
 
Na een  7 uur fietsen kon ik beginnen aan de finale 42 km: een gans ander gevoel dan bij vroegere marathons evenwel, want de spieren in de dijen voelden zwaar aan. Toch voelde ik mij hier psychisch erg goed, want lopen was echt mijn ding, en ik was nu bijna zeker dat ik de wedstrijd zou uitdoen, al zou ik de laatste kilometers naar de eindmeet moeten kruipen…..
Ik stak dan ook een forse duim omhoog naar mijn vrouwtje die mij aan de transitiezone in het vizier had gekregen en enthousiast supporterde. Later hoorde ik dat ze me bij de eerste wisselzone gemist had, en had gedacht dat ik niet uit het water was gekomen: afgedreven of verdronken ? Enige paniek, maar later bleek dan toch dat mijn fiets weg was, en de wetsuit op zijn plaats hing, gelukkig…..
 
Een licht hongergevoel kwam bij het lopen op, want ik had hoofdzakelijk nog maar vloeibare zaken genomen, en mijn maag voelde wat misselijk aan. In de beginfase nam ik dan ook ruim de tijd om wat te eten, drinken, de blaas eens te ledigen…wat onmiddellijk aanleiding gaf tot ongerustheid bij onze kinderen die thuis online de wedstrijd volgden: “is 5 km per uur niet wat te weinig voor een marathon ? zou hij het gaan begeven ?”  
Spoedig waren ze evenwel gerustgesteld toen bleek dat het tempo naar 10 per uur steeg.
 
Als er al iets aan te merken was op de puike organisatie van Ironman, dan was het dat het marathonparcours ondermaats was: kleine asfaltweggetjes naast het water, waar men in twee richtingen diende te lopen. De omloop bestond uit twee grote lussen, die tweemaal moest afgelegd worden. Velen waren tegen het einde zodanig vermoeid dat ze gewoon stapten, zodat het niet steeds gemakkelijk was om voorbij te steken, en nog tempo te maken. Het had dus veeleer weg van een dodentocht. Eén van de lussen liep tot op de grote markt in Klagenfurt, waar talrijke toeristen op terrasjes, met grote kroezen bier en ijscoupes in de hand, ons moed probeerden in te schreeuwen. Wij voelde ons als een soort moderne gladiatoren, die moesten geschouwd worden aan de burgers…..
 
Anderhalf uur langer dan mijn beste marathontijd, maar dolgelukkig kwam ik eindelijk toch aan het laatste  stuk. Na een scherpe bocht baadde  ik plots in een zee van licht, met camera’s, joelende mensenmassa’s,  dansende cheer-girls, een begeesterende commentator.
Dertien uur en veertig minuten afzien hadden mij niet klein gekregen, en ik probeerde nog zo soepel mogelijk over de eindstreep te lopen. Een onbeschrijfelijk fantastisch gevoel, hier had ik zo lang van gedroomd, maar nu was het ècht: ‘Lieven from Belgium: you ARE an IRONMAN now !”
 
Uiteindelijk bleek dat ik nog bijna een derde van het deelnemersveld achter mij had gelaten (was nr.1973 van 2815) wat mij, op mijn leeftijd, en voor de eerste deelname ,  meer dan gelukkig maakte……